Visie van de coach: korte versnellingen in de rustige duurloop... DO or DON'T?

March 12, 2017

In navolging van een aantal vragen rond versnellingen tijdens de duurlopen vormt dit onderwerp dan ook de perfecte materie voor dit eerste stukje blogtest op de site!

 

Een duurloop krijgt vandaag de dag vele namen… De LSD, lage extensieve duurzone, steentjes tellen, fotokes nemen, de proza- bedenkrun of hoe je ook wil noemen… Het doel blijft hetzelfde: enerzijds cardiovasculaire aanpassingen bekomen in het lichaam en anderzijds de spieren en gewrichten te laten wennen aan de afstand die steeds uitbreidt in functie van het doel. Hierdoor worden de trage spiervezels beter getraind om op een hoger tempo beter om te kunnen met lactaat. De capaciteit om beter om te gaan met verzuring stijgt.
Shuttles, de MCT1, best te vergelijken met transportbusjes leren zo lactaat op te nemen in de trage spiercel en te gebruiken als energiebron. Want jawel, lactaat op zich is niet slecht. Dit bevat best veel potentiële energie ALS het opgenomen kan worden in de trage spiervezels, zoniet kan het leiden tot verzuring van het bloed met negatieve gevolgen op de prestatie door het blokkeren van een aantal cruciale enzymen.

 

Wat doen versnellingen?
 

Korte versnellingen met een tempo om en bij het omslagpunt activeren de snelle spiervezels. Snelle spiervezels kunnen, indien voldoende sterk geactiveerd, lactaat aanmaken als gevolg van een tijdelijke nood aan zuurstof in de spiercel. De zuurstofvoorziening hinkt steeds wat achterop bij een versnelling, zuurstofschuld wordt opgebouwd. De concentratie van lactaat stijgt dan licht in de spiercel. Snelle spiervezels kunnen dit lactaat zelf niet verbruiken maar pompen dit via andere shuttles -de MCT4-shuttles- uit.
Een opstapeling van lactaat in deze snelle spiervezels zou eveneens tot negatieve gevolgen leiden. Training van deze shuttles is dus ook van groot belang.

 

 


Waarom dan niet altijd versnellingen plaatsen tijdens het duurlopen?

 

Afhankelijk van het profiel van de lactaatcurve heeft een sporter al dan niet voordeel bij versnellingen tijdens de rustige duurloop. Sporters waarbij het basislactaat te hoog ligt, omdat er bvb standaard te veel in hoge zones werd getraind en dus snelle spiervezels altijd ‘te actief meeweken’ moeten eerst hun basislactaat zien te verlagen: geen versnellingen.
Hetzelfde geldt voor sporters waarbij de basisconditie een te kleine basis vertoont op lactaatvlak: Don’t speed up..just yet.. Sporters die daarentegen een goede basisconditie hebben uitgewerkt maar een vrij sterke knik hebben in de lactaatcurve kunnen deze knik dus afvlakken door het trainen van beide shuttles in dezelfde training: uitpompen van lactaat uit de snelle spiervezels tijdens de korte versnellingen, inpompen van lactaat in de trage spiervezels tijdens de rustige stukken.  Bij deze ook nog even het belang van het verloop van de lactaatcurve en de individuele aanpak bij training.

 

 

 

Voor wie zich er graag verder in verdiept lichten onderstaande aritkels een tipje van de wetenschappelijke sluier:
http://ajpendo.physiology.org/content/278/4/E571.long 
http://www.jbc.org/content/281/14/9030.full


 

Sportieve groeten,

Bart Raes

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Featured Posts

The "Smart-Sport Club"

June 22, 2018

1/1
Please reload